Daniëlle Nijs (1985), een Vlaamse in het Nederlandse Limburg, begon in 2025 met schrijven nadat werken door een chronische aandoening niet langer mogelijk was. Haar verhaal Kaoru viel in datzelfde jaar bij de Harland Awards in de prijzen. Momenteel werkt ze aan twee verhalenbundels die draaien om het lichaam en de restanten van het leven.
Ik
Zij maken dat het huis mij toelaat het een thuis te noemen. Hun ademhaling terwijl ze slapen verandert mijn lichaam in was en laat mijn gedachten smelten.
Zij zorgen ervoor dat ik plezier beleef aan het stofzuigen en het wassen van hun dekens.
Hun woordeloze aanwezigheid troost me wanneer ik naar hun oude tanden kijk of wanneer ik hun roestige heupen door de kamers en de tuin zie struinen.
Zonder hen zou ik dwalen, leven in mijn eigen vuil, zonder hun smerige vlekken op de vloer.
Zij
Waar is broer?
Ik ruik hem. Ik ga ook naar buiten.
Broer is bij vrouwtje. Hij ruikt het ook. Ik ruik het van ver.
Bitter.
Broer?
Ik duw maar even mijn neus tegen hem aan.
Mamsie ademt zwaar vandaag, haar gezicht smaakt zout en haar vel is taai. Je moet eens proeven.
Nee, ik blijf wel bij haar staan.
Later
De verwarming stond altijd op 22. Nu zijn de muren klam. Versleten hondenhaar ligt bedolven onder het stof. Het enkelglas is nooit vervangen. Hopelijk zet de makelaar dat niet op de website.
