Pieter Bleyaert, klassiek gitarist, kunstenaar, schrijver/dichter uit Merchtem (Vlaanderen). Google hem, hij leeft een cultuurrijk leven. Wij zijn blij dat hij ons een verhaal aangeboden heeft. Met trots presenteren wij De grote verrassing!
Die zondagnamiddag ging Marcel samen met zijn broer Walter, hun moeder Henriëtte en zijn doopmeter Elsa naar Tervuren om er in een restaurantje te gaan dineren. Moeder wilde dat de laatste tijd wel vaker omdat ze zich sedert de dood van haar man Julien, zo eenzaam voelde.
Ze aten er, dronken er en hadden ook wel wat plezier door de verhalen uit het verleden die werden opgehaald.
Na de maaltijd verliet Walter de groep omdat hij nog naar een pensionerings-feestje van een vriend moest.
Marcel trok zoals hij hen had beloofd, met zijn moeder en doopmeter naar het kerkhof om enkele plantjes te plaatsen op het graf van vader Julien. En op het graf van hun dochter en zus Marleen die precies vijfentwintig jaar eerder overleed.
Na dat bezoek vroeg moeder Henriëtte aan Marcel of ze nog even langs het rusthuis konden gaan waar Wilma, haar vriendin, reeds jaren verbleef.
“Allez, Marcel, je moet het weten… Als je echt geen tijd meer hebt, dan gaan we gewoon terug naar huis…”
Marcel had de boodschap begrepen: ze waren vlakbij en een half uurtje kon op een zondag waarop hij geen andere verplichtingen had, toch geen probleem zijn.
Hij parkeerde zijn wagen op de vrij volle parking van het rusthuis. Liet zijn moeder en doopmeter uitstappen en ging samen met hen het woonzorg-centrum van het dorp van zijn jeugd binnen.
Zoals gebruikelijk werden ze als onregelmatige gasten nogal aangestaard door al de bejaarden aan de tafeltjes.
Daar niet veel aandacht aan bestedend, liepen ze naar het terras waar Wilma gewoonlijk zat. Zij bleek er ook nu te zitten, samen met twee andere vrouwen. Alleen waren er onvoldoende stoelen om zowel moeder Henriëtte, doopmeter Elsa als Marcel plaats te bieden.
Marcel vond het echter niet zo erg om wat te blijven rechtstaan. Maar dat werd niet geaccepteerd. Hij moest zich een stoel vragen aan het belendende tafeltje.
Dus stapte Marcel op de tafel toe. Er zat een wat ouder koppel samen met een nog veel oudere man. Marcel vroeg beleefd of hij de vrijstaande stoel mocht ontlenen.
Ze knikten. Maar meteen vroeg de jongste man: “Herken je haar niet…?”, wijzend op de vrouw die rechtover hem zat.
Marcel keek hem niet begrijpend aan. En ook een betere blik op de vrouw leerde hem niets.
“Het is je ex-lief, Sigrid!”, sprak hij ietwat gemelijk.
Marcel richtte zich tot haar. “Nee,” bekende hij, “ik zou je totaal niet hebben herkend!”
Het was ook al meer dan veertig jaar geleden dat zij hem na een relatie van meer dan zes jaar, had gedumpt voor een ander: mogelijk zelfs deze man hier aan tafel. Maar dat zou hij evenmin met zekerheid hebben kunnen zeggen omdat het hem geen fluit interesseerde. Want alleen al de herinnering daaraan had hem altijd doen gruwen van een hernieuwde ontmoeting. Voor hem was ze sedertdien “dood en begraven”!
Hij zou haar ook moeilijk kunnen hebben herkend: ze zag er veel ouder en lelijker uit: dat was een feit. Het natuurlijke zwarte haar dat ze altijd had bezeten, bleek nu koperblond gekleurd en haar getaande gelaat vertoonde diepe groeven en rimpels. En uit haar antwoorden was meteen overduidelijk dat ze er ook allerminst slimmer op was geworden.
Marcel wist niet goed waar hij het had. Dat hij haar – de nagel aan zijn doodskist – nu juist moest tegenkomen op een willekeurige zondagnamiddag in een rusthuis waar hij alleen maar was gekomen om zijn moeder een plezier te doen…!
Beleefdheidshalve wisselde hij enkele vrij algemene woorden met hen. Haar vader bleek sinds een kleine maand in dit woonzorgcentrum opgenomen omdat er daar plaats vrij was.
Men had hem daar moeten plaatsen omdat er voor de moeder in hun woonst helemaal geen huis te houden meer viel met hem.
Dat tot daar aan toe, maar dat ze juist op het terras aan de tafel naast hen Wilma hadden moeten aantreffen en Marcel net aan de tafel waar zijn ex-lief zat, een stoel was moeten gaan vragen….
Het maakte hem na al die jaren niet echt overstuur. Ze liet hem onverschillig. Het verleden was het verleden en “Laat de liefde liefde zijn vannacht”, dacht hij zoals Hans Andreus indertijd.
Hij wierp een laatste blik op haar. Ze zat er wat bij als een sfinx : maar zeker niet als een Feniks. Het enige dat Marcel eruit concludeerde, was dat hij niet rap nog op zondagnamiddag naar dat rusthuis zou gaan. Daarvoor was de verrassing te groots!
