Het dilemma van een jong tijdschrift is een zegen voor redacteur Marcel Rijken. ‘Nee, ik doe het er niet om.’, hoorde ik hem zeggen toen hij een stapel papier in de papierbak gooide. ‘Het moet gewoon goed zijn wat we plaatsen, anders plaatsen we het niet.’ Op de vraag of zijn eigen werk dan wel aan de hoge lat voldoet keek hij mij vertwijfeld aan; ‘Het is tenminste niet slecht.’ Daar kan de andere redacteur in meegaan. We duiken het kunstwereldje in!
Ze heet Tessa Tomato. Dat is niet heel gebruikelijk voor iemand die in Wolvega woont maar haar ouders komen uit Chili.
Ze stapt in Zwolle uit de trein. Zoals gebruikelijk klopt ze nu pas op haar jas- en broekzakken. Niets in de trein laten liggen? Airpods!
De deuren sluiten al. Ze loopt langs de ramen terug naar waar ze gezeten heeft. Onderin een Intercity. Daar liggen ze, heel netjes te liggen. Zo ver weg! De trein begint te rijden. Ze gaan. Haar onzekerheid in.
Maar goed, niet getreurd. Er zijn ergere dingen! Ze is laat. Een oud academiegenoot heeft een tentoonstelling in De Fundatie. Dat kan nu de faam van het museum de laatste jaren wat is uitgedoofd. Grotere kansen voor jong talent, waar vervolgens geen hond op afkomt.
Tessa Tomato wel. Ze gaat naar alles wat oud-studiegenoten openbaar ondernemen. Zelf is ze niet afgestudeerd. Aan het einde van het eerste jaar afgehaakt. Iedereen had toen wel door dat ze heel lief is maar weinig talent heeft. Hoe ze ooit door de toegangsselectie heen gekomen is? Sommige mensen pieken vroeg. Tessa hoort daarbij en daarna was het op ook. Haar grootste wens was uitgekomen. Ze was er als het ware.
Over daadwerkelijk kunstenaar worden heeft ze eigenlijk nooit nagedacht. Het bestaan van bohemien leek haar heerlijk en dat is ze toen ze het eenmaal was altijd gebleven.
Haar bestaan is baantje hier, baantje daar. Vriendje hier, vriendje daar. Vruchteloos zoekend naar iets waarvoor ze helemaal wil gaan. Telkens onrealistische plannen. Gelukkig tot nu toe altijd wel iemand die haar voor grote uitglijders behoedt. Tessa is een vrouw om van te houden. Dat is wat ze is.
Trop Doosie, de exposerende oud-studiegenoot, eigenlijk, Remco Boersma, is installatiekunstenaar en Tessa is benieuwd. Ze zag hem voor het laatst bij Inge van der Meulen, Inge’s echte naam. Dat was op een feestje ter eren van de derde verjaardag van haar kat.
Dat vind Tessa fijn aan kunstenaars, die gekte. Ze is te naïef om het als nauwkeurig geconstrueerde persoonlijkheid te zien. Wat ze niet weet is dat al die kunstenaars jaloers zijn op haar ongeveinsde authenticiteit. Zij inspireert.
Het is druk. De zanger van de ‘Wild Romance tribute band’ gedraagt zich als Herman Brood zelf, maar mist alle uitstraling. Onder invloed lijkt hij ook, maar daarvan is niemand hier onder de indruk. Trop Doosie staat met een biertje van een discount supermarkt midden in de zaal tevreden om zich heen te kijken. Het lijkt een vorst. Wel moeizaam in de omgang. Vragen beantwoordt hij doorgaans met een mengeling van verbazing en spot, dat ook simpelweg ongemak kan zijn. Ook Tessa spreekt hem aan. Feliciteert hem. Wat zij tegenwoordig doet? Ze praat liever niet over wat ze doet. Het is zo oninteressant vergeleken met wat haar oude studiegenoten doen. Behalve Belle dan, die hier vanavond niet is. Zij deed nog een topstudie en werkt in de kunstmanagement. Wat zo’n beroep van een mens maakt!
Hier en daar een praatje voor Tessa. Sebas begint over Chili. Hij is er geweest en het is ongeveer het enige wat hij van Tessa weet, dat haar ouders uit Chili kwamen. Tessa zelf weet niets actueels over Chili te zeggen. Ze heeft er geen binding mee. Spreekt naast Nederlands zelfs een beetje Engels en wat Duits. Net genoeg voor bijna niets.
De meeste mensen druppelen naar buiten, de terrassen op. De tributeband is aan eigen repertoire begonnen, wat ze eigenlijk heel de bijeenkomst wel hadden mogen spelen. Herman is nu gewoon weer Govert en eigenlijk best wel sympathiek.
Tessa heeft hier gepraat, daar gepraat, maar ze merkt dat iets veranderd is. Ze studeerden te lang geleden, maar ook nog niet lang geleden genoeg. Ze zijn allemaal in de carrièrejaren, ook in de kunsten. Geld verdienen. Ze mist de opwinding die er vroeger was en ze zijn nog niet toe aan met voldoening terugkijken. Alleen Tessa. Tessa was altijd al vooral dromer.
Ze zwaait wat. Neemt afscheid. Doosie, voor zijn doen open, vijf lege flesjes achter hem op tafel, bedankt haar betekenisvol kijkend. Tessa begrijpt dat dit zijn aangeleerde interessante blik is en ze vergeeft het hem.
‘Dag mensen. Daháág!’ Ze loopt door de stad terug naar het station. Ze koopt nog een ijsje en staat twintig minuten op het perron te wachten. Dan wordt ze door een conducteur aangesproken.
In de trein terug, met haar oordopjes in, luistert ze naar The Innocence Mission. ‘Tomorrow on the Runway’. Ze is thuis!
