Vandaag een bijzonder verhaal van auteur Yunus Kaplan (1992). Hij publiceerde in o.a. De Kanttekening, Winq en Rephrase.
20:47
De deur valt in het slot.
Pas daarna wordt het stil genoeg om de koelkast te horen. Boven schuift een stoel over de vloer. Er tikt iets in de leiding achter de muur. Aan de andere kant van de voordeur rijdt een auto voorbij, langzaam genoeg om het licht over het plafond te laten trekken voordat de gang weer donker wordt.
Hij trekt zijn jas uit. De rechtermouw blijft achter zijn elleboog hangen. Hij strijkt de stof glad voordat hij hem aan de kapstok hangt. Twee haken blijven leeg.
Op de kast staat een wit porseleinen schaaltje. De bodem is dof geworden waar jarenlang sleutels hebben gelegen. Hij legt de huissleutel neer en daarna de fietssleutel, die hij iets opzij schuift tot de tanden elkaar niet meer raken.
Zijn hand blijft nog even in zijn broekzak. Zijn duim vindt de kleine sleutel en draait hem een kwartslag.
Dan doet hij het licht aan en loopt de woonkamer voorbij.
Eerst de keuken.
20:56
Hij vult de waterkoker tot net onder het eerste streepje. Terwijl het water stijgt, kijkt hij uit het raam. Aan de overkant trekt een vrouw de gordijnen dicht. In het huis daarnaast loopt iemand met een wasmand door de kamer.
De kraan piept wanneer hij hem dichtdraait. Aan de tuit blijft een druppel hangen en hij wacht tot die valt. Uit het kastje pakt hij een mok met een groot oor. Het water slaat af.
Geen koffie. Geen thee. Alleen heet water.
Hij houdt de mok met beide handen vast tot de warmte door het aardewerk trekt. Op dinsdag drinkt hij staand.
Daarna trekt hij zijn jas weer aan.
21:08
De supermarkt ligt twee straten verderop, voorbij het plantsoen en de apotheek, links bij het zebrapad.
Binnen ruikt het naar afbakbrood en schoonmaakmiddel. Hij loopt eerst naar de zuivel, daarna naar het brood en vervolgens naar het onderste koelvak. De magnetronmaaltijd heeft een nieuwe verpakking gekregen, maar de naam is dezelfde.
Bij de bloemen blijft hij staan. Witte chrysanten. Gele rozen. Tulpen waarvan de buitenste bladeren bruin worden.
Hij pakt de chrysanten.
Bij de kassa zit dezelfde jongen als vorige week. Donkere krullen, een zwarte veeg op zijn linkermouw. Hij probeert een nieuwe bonrol in het apparaat te krijgen. Het papier schuift scheef. Pas wanneer het lukt, kijkt hij op.
‘Goedenavond.’
Hij knikt. De yoghurt gaat over de scanner, daarna het brood, de maaltijd en de bloemen.
‘Ik dacht al dat u niet meer kwam.’
Hij legt zijn pinpas tegen het apparaat.
‘Ik ben wat later.’
‘Geeft niks.’
De jongen schuift de chrysanten opzij zodat ze niet onder het brood terechtkomen. ‘Tot volgende week.’
Hij heeft zijn pas al opgeborgen wanneer hij opkijkt.
‘Ja.’
Buiten blijft hij onder het afdak staan, hoewel het niet regent. Een winkelwagentje tikt tegen een ander. Hij wacht tot het geluid ophoudt.
21:26
Thuis zet hij de tas op het aanrecht. De yoghurt gaat achter de melk, het brood in de kast en de maaltijd naast de magnetron.
De chrysanten blijven liggen.
Hij zet de televisie aan. De stemmen zijn er eerder dan de gezichten. Iemand praat over files, daarna over een minister. Onderaan het scherm schuiven plaatsnamen voorbij. De magnetron draait vier minuten en dertig seconden.
Tijdens het wachten legt hij de vork links van het bord en het mes rechts, het glas erboven. De afstandsbediening schuift hij met twee vingers recht. Na de tweede piep opent hij het deurtje.
Hij eet zonder zijn rug tegen de stoel te zetten. Op televisie loopt een verslaggever door een straat waar het regent. Achter haar klapt een paraplu binnenstebuiten. De verslaggever praat door.
Halverwege staat hij op voor water. Op het aanrecht staat de mok, daarnaast liggen de chrysanten. Hij drinkt. Het water is lauw. De mok zet hij terug.
De bloemen laat hij liggen.
21:43
Na het eten brengt hij het bord, het glas en het bestek naar de keuken. De kraan loopt eerst koud en daarna lauw. Hij wacht tot de temperatuur gelijk blijft.
De afwasborstel is aan één kant platter geworden. In het bakje ernaast ligt een nieuwe die hij weken geleden heeft gekocht.
Wanneer hij terugkomt in de woonkamer ligt op tafel nog de donkere kring van zijn glas. Hij veegt hem droog.
In de keuken staat de mok nog op het aanrecht, met daarachter de chrysanten. Hij spoelt de mok af.
De bloemen laat hij liggen.
21:59
Hij begint bij het raam boven het aanrecht. Zijn vingers drukken tegen het kozijn. Het hout geeft niet mee. Daarna de balkondeur.
Eenmaal aan de klink.
Nog een keer.
In de woonkamer trekt hij de gordijnen dicht. In het midden blijft een smalle kier waardoor een stuk van de lantaarnpaal zichtbaar blijft. Hij trekt de stof verder door tot ook die verdwijnt. Op televisie begint het weerbericht. Hij gaat zitten.
Na een paar minuten kijkt hij richting de keuken. De chrysanten liggen nog steeds op het aanrecht. Hij staat op en blijft halverwege staan.
De balkondeur.
Hij kijkt ernaar, loopt terug en trekt opnieuw aan de klink.
Dicht.
Buiten trekt iemand een vuilniscontainer over de tegels. Het geluid wordt zachter tot het verdwijnt.
22:16
In de badkamer poetst hij zijn tanden. Links boven, rechts boven, links onder, rechts onder.
Op de rand van de wastafel ligt een haar. Hij pakt hem tussen duim en wijsvinger en laat hem in de prullenbak vallen. Daarna trekt hij de handdoek recht.
Zijn hand ligt al op de schakelaar wanneer hij de keuken ziet. Een streep licht valt over de vloer van de gang.
Hij laat de badkamer aan en loopt terug.
22:24
De chrysanten liggen waar hij ze heeft neergelegd.
Uit het kastje boven de koelkast haalt hij de glazen vaas met de brede rand. Hij spoelt hem om. De verpakking kraakt wanneer hij de bloemen eruit haalt. Eén blad blijft aan het plastic hangen en hij maakt het voorzichtig los.
Een klein zakje bloemenvoeding valt op het aanrecht. Hij leest de achterkant. Alles, of de helft. Hij houdt het boven de vaas, zet het weer neer en vult de vaas tot halverwege met water.
De schaar ligt in de tweede lade. Hij neemt de eerste steel in zijn hand.
De schaar gaat schuin.
Hij knipt.
Bij de tweede hetzelfde.
Bij de derde blijft zijn hand stil.
Hij draait de steel tussen zijn vingers. Boven het blad, of eronder.
‘Niet zo kort,’ zegt hij.
Hij kijkt naar de steel in zijn hand en knipt.
Het afgesneden stuk valt in de gootsteen. De rest gaat sneller. Als alle bloemen in de vaas staan, draait hij de bos een stukje. Eén chrysant helt over de rand.
22:39
Naast de koelkast hangt de kalender. Onder woensdag staat een klein blauw kruis. Ernaast alleen een tijd: 10.00.
Hij blijft ervoor staan met de afgesneden stelen in zijn hand en gooit ze daarna weg.
De vaas zet hij op tafel, iets naar links van het midden. Hij gaat zitten.
Op de televisie praat een man zonder geluid. De chrysanten staan tussen hem en het raam.
Eén bloem helt nog steeds over de rand.
22:51
De televisie gaat uit.
In het zwarte scherm blijft de kamer nog een paar tellen zichtbaar. De tafel, de vaas, zijn stoel en achter hem een stuk van de keuken.
Hij loopt naar het aanrecht. De waterkoker is leeg. Hij vult hem, iets te ver, en giet een deel terug. Het element begint te brommen.
Boven slaat een deur dicht. Daarna niets.
Tot volgende week.
Naast de koelkast: woensdag, het blauwe kruis.
Het water begint harder te klinken. Hij zet de waterkoker uit voordat hij afslaat.
22:58
In de gang brandt nog licht. De badkamer ook. Hij loopt terug, doet het licht daar uit en blijft daarna bij de kapstok staan.
De jas hangt recht. In het porseleinen schaaltje liggen twee sleutels.
Zijn hand gaat naar zijn broekzak. De kleine sleutel ligt onderin, warm van zijn been. Hij houdt hem tussen duim en wijsvinger. De tanden laten een afdruk achter in zijn huid.
Boven wordt een kraan dichtgedraaid. Verderop slaat een liftdeur dicht. Dan wordt het stil genoeg om de koelkast te horen.
Hij kijkt naar de voordeur. Zijn andere hand gaat naar de klink.
Hij raakt hem niet aan.
In zijn hand draait hij de kleine sleutel een kwartslag.
23:00
De koelkast slaat af.
