Vandaag presenteert Pardon gedichten van een auteur die haar inzending met zulke mooie begeleidingswoorden instuurde dat we ze vrijwel precies overnemen. Hedianne Bosch heeft altijd veel geschreven, maar vooral in de context van haar werk als pedagoog en ontwikkelaar van methoden voor kinderen met een beperking, met als specialiteit Downsyndroom. Sinds kort heeft ze haar dichtader ontdekt en ze kijkt dagelijks uit naar de woorden die zich om haar heen willen nestelen, zachte druk uitoefenend om vastgelegd te worden door gewillige vingers op het toetsenbord. Dichten is een intieme, hoogstpersoonlijke bezigheid, licht verslavend ook voor wie eraan begint. Vandaag drie gedichten. Later meer!
tussen de regels door leven
ik ontmoet je graag tussen de regels door
in de regen
als je ruiten beslagen zijn
ik ontmoet je graag in stilte
als er niets te zeggen valt
en de zeggingskracht tussen ons in blijft hangen
zinderend, geladen
ik zie je graag verdwijnen
om je te kunnen missen
en je weer terug te vinden
ik wil geen woorden aan jou verspillen
jij bent niet in mijn gedachten
jij woont dieper dan het denken
hoe wij samen zijn
daar zijn geen woorden voor
wij lopen tussen de regels door
langs lijnen van geleidelijkheid
een streepjescode is niet nodig
om te bepalen wie wij zijn
of waarom
de woorden hangen losjes
de woorden hangen losjes om me heen
als de vergeten mantel van een vriend,
heimelijk aangetrokken,
de ochtend na het feest.
ik hoef niet naar woorden te zoeken
want ze komen aangewakkerd,
ze kletsen de oren van mijn hoofd,
die vroege vogels met hun getjirptjirp,
ze maken omtrekkende bewegingen
tot ik ze geloof en vastpin op papier
als op een prikboord, een to-dolijst
(alsof ze zeggen: wij doen ertoe)
ze dansen losjes om me heen
tot ik een taal vind die klopt,
die zegt wat moet gezegd
of zwijgt waar nodig.
ik schrijf uit losse pols,
tot mijn woorden vleugels krijgen.
ik dicht mijn deuren open,
en begroet de nieuwe ochtend,
ontmanteld, onbemand,
vogelvrij, uitgevogeld,
springvederlicht.
het is doorgaans dringen op de markt
het is doorgaans dringen op de markt, de koopman
prijst zijn waren aan met luide stem, hij roept iets over
aandachthonger die gestild kan worden, het publiek
stroomt toe, iedereen speelt hoogste bieder.
ik hoorde op het nieuws dat er sprake is van
goudzucht die hele dorpen vergiftigt en dat het
planten van bomen een soort dweilen met de
kraan open is zolang we ons vleesverlangen
overzees uitleven.
een schoolmeester vertelde dat als hij vroeg ‘wie
wil?’ de hele klas de hand opstak, maar dat het
stil werd toen hij zijn zin afmaakte, want wie wil
er nou het stemlokaal aanvegen om alle
spiekbriefjes en verloren identiteitsbewijzen tot
vuilnis te verklaren, wie doet er dan nog toe?
het lijkt erop dat blazen op de hoorn des
overvloeds teveel van je adem kost en je longen
vacuüm trekt, waardoor je ingeblikt de eettafel
moet zien te bereiken en men liever voor vers
gaat.
het aandachtstekort is nijpend, labels voldoen
niet meer, het adagium ‘ik heb dus ik ben’ is
voorbij de grenzen van de planeet geraakt, er is
actie vereist, wat dacht je van ‘Jeder Mensch ist
ein Whistleblower‘?
het is doorgaans dringen op de ikkie-ikkie markt,
de blikvangers beleven gouden tijden.
