Terug uit de nieuwe wereld pakt de redactie van Pardon de draad weer op met drie gedichten van Lien van Droogenbroeck (‘Pennig’ voor liefhebbers). Naar onze mening weet Lien Van Droogenbroeck in haar werk sensitiviteit met een gevoel voor het oproepen van een geamuseerde glimlach bij de lezer te combineren.
Liefde in de mist
Ik mis haar.
Dat taal ontoereikend is,
wist ik al langer.
Missen is trouwens een eufemisme.
Dat woord dekt de lading
al helemaal niet.
Wie iemand mist,
verliest die in de mist.
Je geraakt er niet meer bij.
Die mist trekt nooit meer op.
Daar sta je dan,
met vochtig haar,
wimpers vol gewicht,
een jas die zich vastklampt.
Dat vocht krijg je er nooit meer uit.
Valt je zicht weg,
dan neemt je geur het wel over.
Ik moet gewoon mijn neus volgen.
Nu herinneringen ruiken
en geuren tasten.
Ik steek er een fuutje voor
Mijn fut is vaak zoek,
meestal vind ik die niet,
een fut‑en‑ei‑verhaal
waar je voor het zoeken
al fut nodig hebt.
Zo’n fut verdwijnt plots,
als een seizoensarbeider
die je nooit fruit
zag plukken.
Wie was er eerst,
de fuut of het ei,
en waarom stelen kraaien
je goud
maar roven futen
je fut.
Ik hou de futrovers
in het oog,
al vallen ze op,
met een koptooi
dramatischer
dan Cleopatra,
een dans
strakker dan sporen,
jongen gestreepter
dan de Daltons.
Een streling
voor je futloze oog,
een laadpaal
zonder stekker.
We hebben een afspraak,
stil en onuitgesproken,
we verstaan elkaars
gekwetter niet,
ik bescherm hen,
zij geven mijn fut terug,
een contract
zonder vervaldatum.
En af en toe
steek ik er zo
een fuutje voor.
Waar spraak jou loost
Soms begeeft je spraak het,
altijd onverwacht,
zoals een lekke band.
Die bestelt niemand,
al zeker niet
de stokken in je wielen.
En zo staakt ook
geluid
wel eens,
je keel
die stokt,
woorden
die je huig
grijpen,
en zo hard
trekken
dat je ogen
uitpuilen,
barsten
van ontzetting.
Sommige woorden
zijn als teken,
ze klitten zich
ongemerkt vast,
vergiftigen je stem.
Verlamde stembanden
hebben geen rolstoel,
die krijg je trouwens niet
je keel in geduwd.
Geen mutualiteit
die een verpleegster
langs stuurt.
Is je spraak loos,
dan word je nu eenmaal
niet gehoord.
Je stembanden
liggen daar maar,
geplet,
nu woorden
soms
gewichtig zijn.
Tot een blinde passeert,
en hij de lamme leidt.
