We beginnen de week met gedichten van een van de drie partners van MUGzine, het kleinste eigenzinnige poëzietijdschrift van Nederland en Vlaanderen. Wouter van Heiningen (1963) is uitgever, directeur van bibliotheek de Plataan, inmiddels zestien jaar secretaris/penningmeester van de stichting Ongehoord! en tot 2021 secretaris/penningmeester van het Nationaal Documentatiecentrum Maarten t Hart. Samen met de beeldend kunstenaar Ruben Philipsen (1969) bracht hij de bundel ‘Zichtbaar alleen’ uit. In 2010 publiceerde hij samen met dichteres Alja Spaan de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’. Daar bleef het niet bij. Heel wat publicaties volgden. Een overzicht is terug te vinden op zijn blog, Zichtbaar Alleen. Daar vindt u ook links naar de uitgeverij en gratis te downloaden publicaties van zijn hand. Wouter was voorzitter van de Raad van Toezicht van stichting De Poëziebus en tot op heden is hij secretaris van Stichting Literatuursite Meander. Vanzelfsprekend is er meer. Inmiddels enigszins geïntimideerd, maar ook vereerd met zijn bijdrage, sluiten wij onze inleidende woorden af in de wetenschap dat ook hij ons tijdschrift een warm hart toedraagt. Literair Tijdschrift Pardon presenteert vier gedichten van Wouter van Heiningen.
Nooit een gesprek
Dat het begon, dat weet ik nog en hoe al snel op tafel kwam
waar de gap was, de verwijdering in gezouten meningen die
branden op de tongen en waar de vlammen naar het hoofd
stegen. Hoe de zure kijk (jij) mijn gemarineerde opinie over
trans-Atlantische landschappen steeds verder af dreef tot
ingraven-vastleggen-in-beton-storten. Jouw waarheid lag als
een molensteen, in een sektarisch gedachtenspel, op mijn al
gefermenteerde denken. Een gepatenteerde visie bracht lucht
noch licht, legde zelfs de mierzoete woorden, bedoelt als lucht-
offer, als handreiking, geen voor ons beloopbaar pad naar toe-
nadering. En of er gelijk te halen was, zicht op een overwinning
(Pyrrhus- of niet) of een wankele vrede, het kwaad was geschiet,
midden in de roos, in het oog van de stier, het totaal aan punten.
Collage
Geen ik die zich hier bevindt,
geen
jij waaruit kan worden waargenomen
hoe
wij ons hier wilden vormgeven,
door
structuren wilden laten bestaan. Hoe
uit-
geknipt papier in kleur, waarin zwart en
wit
de kleuren zijn, van oude tijden tot vroeger
nu
verschillend in hoofd en rest lichaam,
verlijmd
tot waar nu en ik en jij en straks de meetlat
zijn
waaraan herinneringen, zo kort, worden
afgemeten
in lengte, de verwachtingen reeds vele malen
voorbij
het eindpunt dat nooit komt, niet in zicht zal komen.
Ver voorbij aan wat wij waarnemen
In het wierenwoud, waar knotswier en
zee-eik met helmgras strijdt, ligt de
zeeraket op de loer
In het wormenrif speelt de pauwkokerworm
met de kloten van de zeenaaktslak,
onbeschermd als hij is
In de sponstuin wachten zakpijpen
een zelfde lot als de hydropoliepen,
tenzij zee-anemonen ervoor gaan liggen
En op de zeegrasvlakte haakt de steelkwal
in op de adderzeenaald, gruwelijke taferelen waar geen
ruwezeerasp iets aan kan veranderen
En steeds in dit onderwatergeweld
ligt in de maerlmaliën het roodwier
innig omarmd met de onderwaterheide,
zo kan het dus ook
De drogist dichter
In de voorraadkast van de dichter
staat geen zand, zeep of soda.
In taal samengesteld liggen de
onderdelen klaar samengevoegd te worden.
Om zo te komen tot een resultaat, ook
hier geldt: oefening kweekt kennis.
De waarde van woorden wordt niet
afgewogen, niet uitgedrukt in vaste frasen
of tabellen, hier bepalen vers en vorm
de inhoudsmaat.
Weegt en wikt de dichter tot het juiste
gewicht is bereikt.
