Beste lezer van Pardon. Wederom een verhaal van redacteur Marcel Rijken. Heeft u iets ingestuurd en vraagt u zich af waar uw inzending blijft? Het komt! Het is gelezen. Veel leesplezier gewenst!
Daar staat ze. Natuurnaakt. Ze is prachtig. In een grote slaapkamer met hoogpolig tapijt, net wat fris. Haar lichtroze slipje omcirkelt haar voeten als is het de markering van de plek waar ze moet staan.
Van de voeten uit, slanke beentjes, vervolgens blonde schaamhaartjes, buikje dat rustig op en neer gaat, lief naveltje. Twee prachtige heuvels met daarboven het liefste kopje dat ik mij kan voorstellen. Het lange haar los over haar schouders.
Ze kijkt me aan. Wij weten beiden waar het naartoe gaat. Het strak opgemaakte bed achter haar. Een hotelkamer in Assen.
Ook ik ben naakt. Het zijn maar een paar stappen naar haar lichaam. Ik stel het uit. Mijn lid verheft zich vreugdevol. Ze stapt naar voren, legt haar hand onder mijn balzak en kriebelt het plagerig. Ik kus haar. Borstjes tegen mijn borst schaamhaar tegen mijn lid die al begint te schokken. Haar natte lippen in mijn nek, op mijn mond. Achteruit gaat zij, richting bed. Ze laat zich achterover zakken. Mijn lid zoekt haar ingang. Dan wordt er op de kamerdeur geklopt. Het is mijn vader. Of ik de laders van de elektrische fietsen heb.
Altijd praktisch die man.
Louise schiet de badkamer in terwijl ik snel een spijkerbroek over mijn blote kont heen trek en voorzichtig mijn vochtige piemel uit het zicht rits. Ik trek snel mijn T-shirt aan.
Pa blijft op de gang. Hij heeft wat informatie bij de receptie gehaald en hij zal die de rest van de avond bestuderen. “Ma vraagt naar je.” zegt hij nog terwijl hij wegloopt; “Kun je straks even langslopen?”
De hele dag al komen we niet van ze af. Totaal onschuldig verneuken ze heel ons weekend. Louise is vers. Ik ken haar drie maanden. Dit is ons eerste weekendje weg. Waarom met mijn ouders? Omdat het al lang gepland stond. Een tentoonstelling die ik wel zag zitten en het leek me wel gezellig, weer eens met mijn ouders weg. Toen Louise in mijn leven kwam wist ik haar ook voor de tentoonstelling te porren. Dat we met mijn ouders zouden gaan vond zij niet bezwaarlijk en ik maakte me ook niet druk. Ze zouden ons heus de ruimte geven. Zo ken ik mijn ouders.
Met zijn vieren waren we met de trein gekomen. Dat gaf nog gedoe met die fietsen. In het midden van het land was het druk geweest op het balkon waar onze fietsen plaats kregen. Een groot deel van de reis stonden we. Mijn moeder had de conversatie aan de gang gehouden en wel zo dat ik me niet voor kan stellen dat er ooit nog meer koetjes en kalfjes besproken konden worden.
Doodmoe waren we, toen de trein eindelijk op bestemming aankwam. Hoewel ik geweldig veel zin in bier had ging ik mee in de semi-high tea die mijn moeder voorstelde. Daarna inchecken, gezamenlijk uit eten en nu had het moment moeten zijn; zo samen met mijn meisje. Los van alles.
Als ik van de kamer van mijn ouders kom zit Louise op de rand van het bed geheel gekleed naar filmpjes op haar mobiel te kijken. “Zullen we nog even?”, vraag ik. Ze schudt haar hoofd en ze zegt dat ze er helaas een beetje uit is. Ik zeg het niet, maar ook bij mij is de geilheid weg. Verdomme!
Net voor tien uur ’s avonds. Ik wil mijn spijkerbroek uittrekken en voel dat ik een keycard in mijn broekzak heb zitten. Het is niet die van onze kamer. Het moet die van mijn ouders zijn. Stom! Zeker eerder deze avond per ongeluk van het tafeltje meegepakt.
Ik loop de gang af, Louise loopt met me mee zodat we ze gelijk goedenacht kunnen wensen. Ik klop op hun kamerdeur, hou de kaart voor de lezer en we stappen binnen.
Mijn vader staat in al de naakte lubberige glorie van zijn natuur over mijn moeder heen gebogen die met haar armen gestrekt voor zich uit als een vleespaleis op een kussen met haar knieën op het dekbed, haar kont pront naar achter, de ontvangende partij is.
Mijn vaders lul neemt bij onze binnenkomt rap de omvang van een lulletje aan. Een condoom hangt als een veel te grote jas om zijn lid. Het lijkt wel of wij vieren in de tijd bevroren zijn. Dan plompt het voorbehoedsmiddel op het tapijt.
Wij wenden ons af en ik zeg hun dat het in ons gezamenlijk belang is dat wij elkaar voorlopig niet tegenkomen. In een vlaag van verstandsverbijstering wens ik ze nog een fijne voortzetting en ik trek de deur weggaand dicht. Louise staat al op de gang en ik hoor mijn moeder ontzet schreeuwen. Mijn vader praat zenuwachtig op haar in.
Ook wij zijn ontzet. Louise waarschijnlijk niet veel minder dan ik. Hoogrood is haar gezicht. Terug in onze kamer noemt ze mijn gezicht ook zo. Van wat we toch al niet meer van plan waren komt nu helemaal niets meer.
“Dit weekend was ook geen goed idee.”, zeg ik. We zitten op de rand van het bed waarop ze eerder deze avond zo heerlijk bloot lag. Ze heeft haar schoenen uitgeschopt, haar sokken uitgetrokken. Ik sla een arm om haar schouder. Zij roert met haar tenen door het tapijt; “Wat kunnen we doen?”
Geruime tijd zijn we besluiteloos. Dan gaat zij een grote boodschap doen en het beetje lust dat ik nog op kon brengen vloeit weg.
Uiteindelijk stelt ze iets voor dat me verbaast, maar wat ik bij nader inzien een prima idee vind. We besluiten een paar cocktails in de bar beneden te gaan drinken.
Het is druk maar er is direct een tafeltje beschikbaar. In de hoek, half onder de trap, waar we de bar in, van af kwamen. We drinken. De spanning vloeit weg. Er begint weer wat te kriebelen.
Een lach klinkt door de zaak. Ik schrik. Het is mijn vader! Ik sta op, kijk om me heen en daar zie ik ze zitten. Duidelijk wat gedronken. Ma heeft de slappe lach. Pa voert haar lachen. Ma ziet mij, ze wenkt. Ze wijst naar Louise en laat duidelijk merken dat ik haar mee moet nemen. Ik gehoorzaam.
“Jongen.”, zegt mijn vader als we bij hen zijn en hij pakt mij bij mijn arm; “Dat was raar hé! We moeten verder vent. Je hebt iets gezien wat je niet hoort te zien, maar het is niet anders. Wij zijn net als jullie, mensen met behoeften. Er op uitgaan doet iets met iedereen. Misschien herkennen jullie dat. Wij accepteren het. Je ziet, wij drinken champagne. Soms is iets zo gênant dat je er het beste doorheen kunt breken. Doen jullie met ons mee?”
Jovialer dan dat ik hem ken staat hij op, schuift twee stoelen bij, wenkt naar de ober, kijkt ons vragend aan, wij knikken bevestigend en een tweede fles champagne wordt ontkurkt.
Zowaar, het wordt gezellig. Mijn ouders zijn nog nooit zo zeer niet mijn ouders geweest. Wij willen ook niets liever dan over de ervaring heen walsen. Het lukt, of we doen heel goed alsof.
Als ik de ochtend erna wakker word zie ik als ik even ben wezen plassen dat er een briefje onder de kamerdeur door geschoven is. De slaap uit mijn ogen wrijvend lees ik; ‘Slaap maar lekker uit kinders. Wij zijn fietsen.’
Ik trek een gordijn open. Het is een heerlijke ochtend. Voorzichtig haal ik de deken van de nog slapende Louise. Ik ga naast haar liggen en fluister haar in haar oor. “Zullen we het nog eens proberen?” Ze glimlacht slaperig maar bemoedigend.
In de badkamer trek ik mijn pyjama en ondergoed uit. Als ik bij Louise terugkom staat ze midden in de kamer. Mijn droom, haar droom. Haar warme zachte lichaam. De dag begint goed!
