Twee kortverhalen, zoals Vlamingen schrijven. Pardon neemt de term over. Ton Bil, op 21 augustus schreef hij beschouwend komisch. Wij zagen het in ieder geval voor ons en het vermaakte ons zeer. Een ontmoeting van Facebookers in het Zuiden van Europa. Vandaag plaatsen wij twee beschouwende verhalen van zijn hand. Mooie zinnen maken niet geheel lichtvoetige verhalen zeer dragelijk. Welnu, genoeg inleidend gezwets. Het woord is aan Ton Bil.
Eruptie
In miljoenen jaren gerekend heeft ze pas 580 verjaardagen beleefd, zegt mijn vriend Sal. Glimlachend kijken we naar het Massif du Caroux dat zich aan de horizon verheft. De planeet raasde al zo’n 4 miljard jaar door de ruimte, maar ze brandde van binnen, ze was onstuimig en onvoorspelbaar, voegt hij eraan toe met zijn geologenverstand.
Ik knik. Het Massif knikt onbeweeglijk naar ons terug met haar gebogen gestalte, haar kale rotsen en breuklijnen. De Zuid-Franse zon strijkt over haar heen, onder de wolken door.
In de regio vergelijken ze haar rondingen soms met die van een liggende vrouw. Hoe komt ze aan haar vorm, vraag ik. Erupties, zegt Sal. En erosie, natuurlijk. Allerlei soorten dinosauriërs hebben hier rondgelopen, maar goed, dat is mijn vakgebied niet. Ik knik weer.
Boven het Massif uit verheft zich langzaam een wolk, dicht en donker. Ik beeld me in dat het zwakke gerommel dat we horen uit de rotsen opborrelt, de aankondiging van een nieuwe uitbarsting van de binnenbranden van moeder Aarde. De bodem trilt en langzaam komt de rug van de liggende vrouw omhoog. Ze scheurt in tweeën en op dat moment overweldigen de geluiden mij. De schokken die door de aarde schieten maken dat ik mijn evenwicht verlies. Ik val op het stenige pad en bedek mijn oren. Mijn vriend zakt door zijn knieën en legt een hand op mijn bovenarm, zijn vertrouwde warme hand die me al veel vaker heeft gekalmeerd. Het is onweer, kerel, dat overleven we wel, hoor ik zijn stem zeggen. Dit keer stelt het me niet gerust. Het pad onder mij opent zich, ik voel hoe de randen van de rotsige ondergrond langs mijn huid schuren, dwars door mijn t-shirt heen. Mijn hersenen registreren pijn en de geur van bloed. Wil je blijven liggen, vraagt Sal.
Dit is geen moment om wat dan ook te willen. Overgave is de enige optie. Je overgeven is niet iets wat je wilt, het is wat er gebeurt als alle wil is verdampt in de wetenschap van je fundamentele onvermogen. Het onvermogen van wat dan ook te veranderen aan je lot. Wat dan ook te veranderen aan de geschiedenis van de aarde. En ijdele zelfoverschatting is al het andere. Het idee dat je tot iets in staat bent, dat je iets kunt scheppen of tot stand brengen. Kijk toch beter, zie het Massif daar haar dingen doen, zonder zich van jou of mij iets aan te trekken. Zonder geschokt te zijn toen de aarde haar vormde, toen haar rotsen afbrokkelden, omdat alles zijn vaste loop heeft en zij dat weet. Het weten van de oudste rotsen is onmetelijk wijs en diep. Kun je weer opstaan, vraagt Sal.
Geluk
Vier terreinwagens zijn daarstraks met grote snelheid de berg op gereden. Je hoort nu de honden blaffen en janken in het dal. De drijfjacht zal de hele ochtend aanhouden.
Tegen het eind van de ochtend hoor je de schoten vallen. Eerst een. Dan kort erna nog een. Wat zal het zijn dat er gedood is? Afgelopen weken waren het vooral wilde zwijnen die tegen de lamp liepen, heb ik me laten vertellen.
Zelf heb ik toen ik thuiskwam in het donker, een paar dagen geleden twee reeën gespot. Ook zij laten zich opjagen door de honden. Ik denk dat een ree doodsangsten uitstaat als het die geluiden hoort, die immers klinken alsof een troep wilde wolven op je afkomt. Wolven die met hun sterke neus jou als ree prima weten te vinden. Dan zet je het op een rennen, en spring je door het bos, dwars over dikke bossen van struweel. Geen braamstruiken of hekken houden je nu nog tegen. Je rent voor je leven. Je komt op een meer open stuk, dat is de betonnen weg die hier door het bos loopt. Je draait naar links en sprint.
Dan word je plotseling tegengehouden door een kracht die tegen je borst stuit. Iets onzichtbaars dringt zich een weg door jou heen. Een pijnscheut siddert door je hele lijf. Je blijft niet meer op de been en zakt door je voorpoten. Je voelt alle angst voor de dood die je altijd op de hielen heeft gezeten zich nu verzamelen in je borst. Daar lost zij langzaam op, omdat je bewustzijn je begint te verlaten.
De jagers rennen op je af. Ze kunnen hun geluk niet op.
