Klein, maar groot in gevoelservaring. Het verhaal van psychiater Yolande de Kok spreekt voor zich. Schrijven doet Yolande onder andere als columnist voor het blad Medisch Contact. In de jaren negentig schreef ze een paar bijdragen in Frysk-talige literaire blad Trotwaer. Ze schreef het door uitgeverij Gopher uitgegeven De kwakende koe, Fabels en duinverhalen. Wie een kleine speurtocht over het internet houdt komt vak-gerelateerde artikelen van haar hand tegen maar ook boekbesprekingen. Kortom, een ervaren schrijfster en wij zijn blij dat ze een bijdrage schreef voor ons zeer jonge blad. Het podium is voor Yolande de Kok.
Eén van de fijnste vogelkijkpunten op Texel is De Bol. Een klein doodlopend landweggetje dat uitkomt bij een verlaten molen, waarvandaan je zicht hebt op een paar kreken waar steltlopers en meeuwen foerageren. Gisteren was het druk, onder andere met een vogelexcursie en vogelaars die ( vergeefs) hoopten om de zelfzame grote kanoet te zien die de dagen daarvoor was waargenomen. Vandaag was het rustig. Ik kwam alleen twee mannen op de fiets tegen die de Bol verlieten.
Achter de molen, in de zon en uit de wind, stonden een man van een jaar of vijfig in een wit overhemd dat strak om zijn buik spande, en een jongere geblondeerde vrouw. Niet de typische vogelaars zoals je ze meestal ziet. De vrouw beantwoordde mijn groet niet, de man wel en direct na het goedemorgen zei hij: “ mevrouw, we zijn hier aan het filmen.”
“En wat verwacht u van mij?” vroeg ik. “Dat ik een eindje verder ga staan?”
Dat was inderdaad de impliciete vraag.
“Anders moeten we toestemming vragen dat u gefilmd wordt,” voegde de vrouw toe.
Ik ging een paar meter verder staan en terwijl ik mijn telescoop neerzette, vroeg ik wat voor film ze maakten, of het privé was of ergens voor. Alle mensen die ik in het veld tegenkom, willen altijd graag vertellen wat ze filmen of fotograferen, maar niet deze man. “Ik moet me ergens voor presenteren.”
Terwijl ik met mijn rug naar hun toe stond en mijn blik op de groenpootruiters richtte, hoorde ik hem voor de camera zeggen: “ binnenkort zijn er weer waterschapsverkiezingen.”
“Het gaat zo niet,” zei de vrouw. “Ik kan me niet concentreren.”
“Maar dit is al de derde keer dat we hier staan, ik wil niet nog een keer terug moeten komen,” zei de man.
De wens van de vrouw gaf de doorslag en ze liepen naar de andere kant van de molen, waar ze ongetwijfeld ook een hele goede presentatie konden maken. Dat bleek echter niet de bedoeling, want even later kwam de man weer terug, met een volgende vraag.
“Hoe lang blijft u hier nog?”
Ik ken geen enkele vogelaar die dat van tevoren weet aan te geven, maar voor hem was ik er al te lang en hij barstte los.
“Ik vind dit niet kunnen. Ik heb u zo even vriendelijk gevraagd of u ons 5 minuten ons werk kunt laten doen” ( een tijdsplanning die hij overigens niet eerder had genoemd) “en nu moet ik me weer opnieuw voorbereiden. Daar moet u maar eens goed over nadenken.”
Daarop liep hij weer naar de andere kant van de molen, waar de vrouw op hem had staan wachten. Even later zag ik ze in een open sportwagen over de dijk wegrijden, op weg naar een volgende pitchplek in de polder.
