Eerst iets voor u om te onderzoeken. Onderstaande miniaturen hebben iets niet inhoudelijks gemeen. Wat is het? U kunt hier niet reageren dus u zult het voor uzelf moeten houden. Karlijn van Bree, met veel genoegen mogen wij, na gisteren een gedicht van haar hand gepubliceerd te hebben, een tweede bijdrage aanbieden. Dat Karlijn classica is zal u na het lezen van de miniaturen waarschijnlijk niet verbazen. Wij hopen dat ze u net zo zullen inspireren als het ons doen.
Heterochromie
Een opmerkelijke man, dat was hij zeker. Alsof je er twee in één kreeg, afhankelijk van welke zijde je hem bekeek. Ik heb me altijd afgevraagd of ik één kant nu mooier vond dan de andere. Misschien was hetgeen dat hem zo charmant maakte juist zijn barokke dualiteit. Hij zag dubbel als de god Janus. Met zijn linkeroog de toekomst, met de rechter het verleden: twee tijdzones in één gezicht. ’s Nachts brandden ze als lantaarns, het ene smaragdgroen, het andere mummiebruin, elk met zijn eigen visie. Hij doorgrondde alles, elke oorzaak en afloop, alleen hijzelf bleef buiten beeld.
Heliogabalus
Sinds hij haar had ontmoet, kantelde de hoorn des overvloeds. Rozen vielen neer in een polychrome regen, zo overvloedig dat zijn bescheiden vaas de zomer niet dragen kon. Eerst raapte hij iedere pioen nog glimlachend op, maar de bloemblaadjes bleven zich ophopen tot een roze-rood tapijt van confetti, waaruit geen adem meer ontsnapte. Bezoekers prezen de geurige schoonheid, waar hij inmiddels blind voor was. Langzaam vervloog het parfum van rozen en transformeerde hij tot Alma-Tadema-figuur. Niemand merkte het ogenblik waarop hij geruisloos onder haar bloemendeken verdween, terwijl buiten de zomer onverminderd bleef bloeien en hij door niemand werd gemist.
Borges’ spiegels
‘Waar ben je nu precies zo bang voor?’, hoorde hij haar vaker zeggen. Maar hoe leg je iets uit dat zo ongrijpbaar is? Spiegels. Hij vond ze niet zozeer ongemakkelijk; nee, ze vervulden hem met een existentiële doodsangst. Ze openden werelden die te groot waren om te bevatten. Zijn zicht vervaagde elke dag een beetje meer, maar door hen bleef hij nooit ongezien. Ogen, etalages en de zilveren rand van de mate-kalebas schakeerden hem in een waaier eindeloze versies van zichzelf. Verdwaald in een labyrintisch spiegelpaleis hoopte hij dat ten minste één van zijn dubbelgangers de uitgang vond.
Gipsotheek
Langs Niobes versteende kinderen, bij de fontein van Villa Medici, loop ik tussen pauwen en laurier. Debussy componeerde hier Rondes de printemps, Velázquez de tuin. Ook mijn Brits-Italiaanse genie verbleef hier, tussen vijfentwintigduizend boeken en met uitzicht over de Pincio. Ik zoek naar zijn nalatenschap. Tussen Canova en Hauer staan lichamen die niets meer zeggen, maar alles lijken te bewaren. Daar tref ik hem aan. Zijn betere helft staat voor me als een volmaakt moulage: de schouders, de hals, de lijn van zijn gezicht. Geen barst, geen kier. Geen spoor van wat er in hem om had kunnen gaan.
Woordenboeken
Hij was weliswaar een man van weinig woorden, maar verzamelen deed hij ze vol overgave. Stoffige banden torenden op tot een bescheiden Bibliotheek van Alexandrië. Verklarende-, etymologische-, synoniemen-, rijm- en symbolenwoordenboeken; elk beloofde een nieuwe sleutel. Avond na avond trok hij een ander deel uit de kast, op zoek naar het onuitsprekelijke. Lemma na lemma tekende de taal een lemniscaat, een oneindige lus waarin iedere betekenis slechts naar een volgende verwees. Toen hij het laatste boek dichtsloeg, bleef slechts één vraag over. Al vond hij de juiste woorden, waar vond hij dan de moed om ze haar te zeggen?
Rayuela
Zijn dagen bewogen zich voort als een tram, routevast en met een gewenste mate van punctualiteit. Hij had zijn leven trots lineair geleefd, alsof het maar één leesrichting kende: vooruit en binnen de lijnen. Tot die ene dag, waarop hij Pijnacker-Zuid verruilde voor Buenos Aires en zijn ziel begon te bewegen. Op een zonverwarmd trottoir tekenden kinderen met krijt. De stad lokte hem het spel in, waar aarde, hemel, paradijs en hel elkaar afwisselden.
‘Un, dos, tres, cuatro, ¡Tierra, Cielo! Cinco, seis ¡Paraíso, Infierno!’
En hij waagde de sprong. Elke landing bleek een nieuw vertrekpunt en terugkeren definitief onmogelijk.
