Bert Schoonhoven (1956), Amsterdammer, is sinds 1987 Podium Dichter. Hij ziet zijn voordracht als belangrijkste instrument om zijn poëzie en proza te verspreiden. Nu al jaren publiceert hij weer regelmatig. Onderstaand gedicht is een primeur voor Literair Tijdschrift Pardon. Wij danken Bert daar hartelijk voor!
Op het maaiveld vlogen kraaien
in verwarde patronen door elkaar.
Alsof iemand de lucht had geschud
en ze niet meer wisten
waar boven of onder was.
Daar lag hij.
Op zijn rug.
Rechteroog dichtgeknepen.
Linkeroog open.
Hij bekeek de wereld
zoals hij hem nog nooit had bekeken.
Scheef.
Kleurig.
Verdacht vrolijk.
In de verte stonden de koeien.
Zevenentwintig roodbonte getuigen.
Ze herkauwden hun gras
met dezelfde gezichten
als vorige week.
De week
dat hij een plan had.
Een ander plan.
Een naakt plan.
Hij was de waterput ingegaan.
Zonder kleren.
Zonder schaamte.
Alleen met drie bruine boterhammen
met banaan in een papieren zakje.
Bruin brood.
Met banaan.
In deze gemeenschap
was speculaas al een afwijking.
Maar bruin brood met banaan—
dat was
revolutie.
Toen hij uit de put klom
koud
nat
en enigszins verlicht,
maakte hij het zakje open.
Binnenin
een kleffe ramp.
Een zompige tragedie.
Banaan, brood en water
in een liefdeloos huwelijk.
Hij keek op.
Teleurgesteld.
Zoals alleen hij dat kon.
En de koeien
keken terug.
Nog teleurgestelder
dan hij ooit had kunnen vermoeden.
Daar begreep hij het.
Je moet niet afwijken.
Niet van het ritme.
Niet van het brood.
Sindsdien
stond hij iedere ochtend op
een kwartier na de wekker
en legde vier spierwitte boterhammen klaar.
Zoute boerenroomboter.
Vier speculaasjes per snee.
Met precisie.
Met discipline.
Met geloof.
Twee boterhammen bovenop.
Nog eens extra boter.
Als dekseltjes.
Als bescherming
tegen de chaos van de wereld.
Alles volgens de regels.
Behalve die ene keer
dat hij de bovenkanten
besmeerde
met sambal oelek.
Daar wil hij niets over kwijt.
Ook niet over het tuitmondje.
Ook niet over de drie weken
dat hij door een rietje moest leven.
Nu lag hij daar weer.
In het maaiveld.
Rechteroog dicht.
Linkeroog open.
De koeien als publiek.
De kraaien als decor.
De hemel als plafond.
En hij dacht
Wat heb ik,
ondanks alles,
toch een
ontzettend fijn leven.

Comment
Comments are closed.