De redactie van Literair Tijdschrift Pardon presenteert een verhaal van wat we inmiddels wel een beetje als huisschrijver kunnen benoemen. Wij zijn er blij mee! Pieter Drift zond het verhaal ‘Dreigend ontslag’ in. Even om het geheugen op te frissen; Pieter Drift is afgestudeerd (etsen en tekenen) aan de kunstacademie in Rotterdam en woont in Arnhem. Hij publiceerde onder andere eerder in Hollands Maandblad, Papieren Helden, Hard//hoofd, Elders Literair, Ballustrada en De Optimist. Zijn werk is te vinden op http://pieterdrift.nl/. Sinds 2012 vormt hij een kunstenaarsduo met Willem Jakobs. Hun werk is te vinden op http://www.jakobsdrift.nl.
‘Zal ik je vingeren?’
Olga reageert niet. Ze blijft met haar rug naar Rob toe liggen.
‘Gewoon, om je te helpen ontspannen,’ zegt hij. ‘Van mij hoef je niet klaar te komen hoor.’
Ze gaat rechtop zitten. ‘Hoorde jij ook die uil?’
Ver weg rijdt een auto weg. Net op het moment dat hij wil zeggen dat ze het zich inbeeldt schreeuwt een uil twee maal achter elkaar.
‘Denk jij dat we gelukkig zijn?’ vraagt Olga terwijl ze haar hoofd weer wegdraait. Robert ziet haar naar voren gebogen schouders. Ze heeft twee deadlines. Eentje weet hij niet meer precies. Al een paar keer had Olga het uitgelegd maar halverwege raakte hij de draad kwijt. De ander ging over de reorganisatie binnen het bedrijf. Overmorgen moet ze het inleveren. Het was onmogelijk om het zonder gedwongen ontslagen te doen. De uil schreeuwt nogmaals. Drie keer achter elkaar.
‘Ik in ieder geval wel.’
Nu kijkt ze hem aan. ‘Samen bedoel ik.’
Robert legt zijn hand op haar bovenbeen. Alleen kinderen hebben een zachtere huid. Hij was nog geen twintig en het was net uit met zijn vorige vriendin. Haar huid was veel ruwer. Tijdens de eerste kus met Olga gleed zijn hand over haar blote rug. Later die avond lagen ze op haar bed. Die hele nacht had hij genoeg gehad aan haar rug en benen. Geen een keer had hij de behoefte gehad zijn hand onder het shirtje te stoppen om haar borsten te betasten. Later had ze gezegd dat haar verliefdheid toen begonnen was. Hij was anders dan alle andere mannen. Zij gingen allemaal direct voor tieten en kut. Morgen precies tien jaar geleden. Misschien moeten we het vieren, denkt Robert.
Ze neemt zijn hand en legt hem terug. Hij pakt zijn hoek van het dekbed, gooit zijn gedeelte demonstratief over Olga heen en stapt uit bed.
‘Wat ga je doen?’
‘Naar het toilet. Bidden, voor ons.’
‘Op de wc?’
‘Ja. Morgen zijn we alweer tien jaar bij elkaar.’
Rond half vijf wordt Robert wakker, de merels zingen hard. Olga ligt gedraaid in het dekbed. Haar niet frisse adem wordt steeds in zijn gezicht geblazen. Toch zou hij haar zo zoenen maar ze wil zijn tong niet meer in haar mond. Robert vindt haar nog steeds mooi maar denkt dat zij het niet meer gelooft als hij het zegt. Soms spreken ze af om seks te hebben. Alle twee komen ze meestal wel klaar maar verrassen doen ze elkaar niet meer.
Robert stapt uit bed, kleedt zich aan en gaat naar beneden. Hij voelt een koude luchtstroom. De kou komt uit de huiskamer. De hendel zit op het raam. Dan ziet hij dat de ruit ernaast gebroken is. Door een stervormig gat komt de wind naar binnen. De bank onder het raam ligt vol scherven. Robert ziet een baksteen half onder de salontafel liggen. Hij loopt naar de kapotte ruit en kijkt even naar buiten. Als hij de steen opraapt, ziet hij dat er een touwtje omheen zit. Robert draait de steen om en ziet dat er aan de andere kant, onder het draad, een briefje gevouwen zit. Hij trekt het eruit, legt de steen voorzichtig op de glasplaat van de tafel. Op het papiertje staat in blokletters geschreven: As het so moet dan moet het maar so! Jebbe.
‘Olga, ken jij Jebbe?’ vraagt Robert.
Olga opent haar ogen en kreunt.
‘Hoe laat is het?’
Robert kijkt op zijn horloge. ‘Half negen.’
Olga gaat rechtop zitten en wrijft over haar gezicht. Door de wijde hals van haar slaapshirt is een blote schouder zichtbaar. Robert ziet het pigmentplekje op de voorkant van haar schouder dat onder andere kleren wegvalt. Olga trekt de hals van haar shirt weer over haar schouder. In de moedervlekkenbraille op haar rug zou hij haar naam kunnen lezen.
‘Werkt er geen Jebbe bij jou op het kantoor?’
Olga stapt uit bed. Hij ziet haar tepels door het slaapshirt heen prikken. Hij duwt haar terug op bed en gaat op haar zitten. Ze worstelt zich onder hem vandaan. Hij blijft zitten op het bed terwijl zij opstaat.
‘Jebbe heeft je een boodschap gestuurd.’
Olga blijft staan met haar broek in haar handen. Een voet op de grond terwijl de ander al half in de pijp zit. ‘Jebbe?’
‘Is hij knap?’ vraagt Robert.
‘Jezus man.’ Olga sjort haar broek omhoog.
Robert valt naar achteren op het bed.
‘Ga maar beneden kijken,’ zegt hij.
Met snelle stappen gaat ze naar de woonkamer. Robert wacht op een reactie. Hij gaat rechtop zitten en kijkt naar het gat, op kniehoogte, in de slaapkamerdeur. Hij had een keer uit woede met zijn hak naar achteren getrapt. De bedoeling was om de deur met een knal dicht te laten slaan. In plaats van een klap, hoorde hij het doffe breken van hardboard. Hij had zich omgedraaid en zag het gat. Direct was hij door de knieën gegaan en probeerde het met zijn handen onzichtbaar te maken. Niet wetend wat hij moest doen. Olga was naar boven gekomen en had zijn handen weggetrokken.
‘Heb jij dat gedaan?’ lachte ze met haar hand voor de mond. Later wilde Robert het gat plamuren zodat het zou verdwijnen, maar Olga vond dat de beschadiging moest blijven.
Robert gaat ook naar beneden. Daar ziet hij Olga aan tafel zitten met het briefje in haar handen.
‘Is het van jouw Jebbe?’ vraagt Robert terwijl hij achter haar blijft staan.
Robert loopt naar de ruit waar hij na ontdekking van het gat provisorisch een stuk karton voor had geplaatst. Alle warmte is weg, alsof alle deuren van het huis open staan. Robert gaat op zijn hurken voor Olga zitten en pakt haar handen. Even kijkt hij in haar shirt.
‘Heb je er een einde aan gemaakt?’ fluistert hij.
Met een rukje brengt Olga haar hoofd iets naar rechts en kijkt naar de vloer. Met haar hand trekt ze de hals van haar shirt weer omhoog. Robert gaat staan en draait zich van haar af.
‘Mocht hij dat wel?’
‘Wat wel?’ vraagt Olga verbaasd.
‘Kijken.’
‘Jezus man, waar heb jij het over?’
‘Jebbe natuurlijk,’ zegt Robert. Hij loopt naar het raam en kijkt langs het stuk karton naar buiten. ‘Waarom heb je gisteren aan mij gevraagd of we eigenlijk wel gelukkig zijn?’ Hij ziet een vrouw met een kinderwagen naar de kapotte ruit kijken. Robert steekt zijn hand op. De vrouw knikt terug en loopt door.
‘Door Jebbe?’
Olga staat op en loopt naar hem toe. ‘Ga je zo iemand bellen voor het raam?’ vraagt ze, ‘Het is koud.’
‘Ik vind het zo gek dat je niet boos bent. Hij heeft onze ruit in gegooid.’
Olga legt haar hand op het karton. ‘Hij is bang zijn baan kwijt te raken.’
‘Dus?’
‘Niet alles draait om seks Robert.’
Olga loopt de trap op. ‘Ik ga douchen.’
Robert kijkt haar na. Hij voelt dat hij buitenspel staat, maar zolang de bal niet zijn kant op gespeeld wordt zal er niet worden gevlagd. Met een ruk trekt Robert het karton van de ruit. Een aantal glasscherven blijft aan het plakband kleven. Eerst kijkt hij door het kozijn naar buiten, daarna naar de trap. Vandaag zijn ze precies tien jaar samen. Olga is al in de badkamer. Daar staat ze waarschijnlijk al onder de warme douche terwijl Robert zich in de koude wind bevindt die door het huis geblazen wordt. Dit is geen dag om het te vieren.
