Melancholie. Vroeger is dood. Wat heeft het leven gebracht? De voor jou anonieme mens die in jouw ogen een betekenisloos leven leidt. Het groepje reizigers op het treinbalkon voordat de deuren opengaan. Vaak stuurs voor zich uit starend. We zijn het allemaal maar we beleven vooral de ander als deel van dat allemaal. Herfstoverdenking van Mario Withoud.
De herfst stond op het punt in te vallen,
de lantaarnpalen waarschuwden daarvoor.
Er was helemaal niks waar ik zin in had.
En mijn woonplaats beviel me steeds minder.
De mensen, de huizen, winkels en wezenloosheid.
Ik voelde me onbestendig en zocht afleiding
dus ruimde ik een oude kast leeg en vond
onder in een la een foto van jou en mij.
Onze haren heel lang, shirts met een bandnaam.
We waren toen zestien en de beste vrienden
sinds de eerste klas van de lagere school.
Alles deden we samen, de drank die we ontdekten.
De wiet en speed waarmee we experimenteerden.
Na drie dagen doorhalen zagen we weinigen wakker zijn,
we vroeger ons af of die mensen wel wisten wat leven was.
Ze namen zaken serieus die wij als onzin beschouwden.
Hoewel ik stiekem hoopte dat ik eens het nut zou zien,
leerde ik jaren later dat de meesten zich inderdaad
voornamelijk bezig houden met onbelangrijke dingen
en niet verder komen dan schijnbewegingen maken.
Jij en ik zochten nieuwe avonturen in het Oosterpark
zonder zelf te weten waar we mee bezig waren.
Haalden ’s ochtends wijn bij de molen zonder wieken
Je versierde het meisje waar ik verliefd op was.
Mijn hart was gebroken, ik voelde me verraden
en hoewel je geen spijt had, schonk je mij haar zusje.
Het had lang gevroren de nacht was gekomen.
We waren op de terugweg van een feestje bij Bob,
het was daar druk en de muziek was goed en hard.
We reden naar huis mijn hoofd was wat wattig.
De weg was veel gladder dan ik had gedacht.
De brommer, ik kon hem niet meer houden.
Je matzwarte motorjack gescheurd bij de schouder.
Ik wist niet wat te doen ging paniekerig lachen.
Je been gebroken, we huppelden desondanks door
En de rest van je leven zou je blijven hinken.
Met mij begon het uit de hand te lopen.
Toen dat doordrong ben jij geschrokken.
Ik was vastberaden te doen wat ik deed.
Langzaam veranderde jij je gewoontes.
Je zei dat je gewoon genoeg had van alles,
behoefte had aan een heel schone lei .
Het was niet dat we het zomaar opgaven,
er bleef tussen ons genoeg te bespreken.
En we probeerden het weer te beleven.
Je bleef steeds minder hangen en ik
kwam ook langzaam niet meer bij je langs.
Jij en ik behoorden voorgoed tot het verleden.
Types als wij hadden geen plaats in het heden.
Natuurlijk kwam ik zelf wel eens iemand
van vroeger tegen zoals Richard die nu
inpakker bij een grote speelgoedwinkel is.
En Bob zag je laatst in de stad lopen
maar er werden weinig woorden gewisseld.
Toen Bob je vroeg of je mij moest groeten,
Zei jij: nee, laat dat liever achterwege.
Hij vertelde mij dat jij er slecht uit zag,
een lusteloze en gebroken indruk maakte,
haast geen teken van herkenning vertoonde.
Helemaal niets het licht in je ogen liet zien.
Volgens hem ben je nu Jehova of aan de heroïne.
En ik weet niet wat ik erger zou vinden.
