Emile Clemens, Schrijven, jazz en vast veel meer! Won ooit de kortverhalenwedstrijd van tijdschrift ‘De brakke hond’, publiceerde Poëzie en korte verhalen, ook in het Frans, in zo’n beetje alle literaire tijdschriften. Met dank aan vrienden als Dirk Imschoot en Ward Adriaens bracht hij twee bundels korte verhalen uit, zette samen met compaan Jos Demos Jazz’halo op en organiseerde jazz concerten. Emile Clemens maakte daarnaast een jazzmagazine en produceerde albums voor bekende jazz muzikanten. Bezoek de website www.jazzhalo.be, daar vindt u het album ‘Water with a smile’ van de Gilbert Isbin Group waar hij de lyrics voor schreef. Verder bezoekt hij de academie voor beeldhouwen en werkt graag in hout. Professioneel werkte hij voor de media. Een veelzijdig man dus; Emile Clemens.
Mijn seizoenen
Het was die zomer dat de merel langskwam voor een babbel
Het was de zomer van de vele bosbranden, weer eens maar heviger
Het was een zomer van verlies dat nooit meer weer kwam
Het was een zomer van de angst dat er nog verlies zou volgen.
Het was die zomer dat de rabarber niet groeide.
Het was die zomer dat nutteloze planten bleven groeien.
Het was die zomer dat de zwarte nachtschade verscheen waar de buxus doodging.
Het was die zomer dat de melkdistel drie meter en de zwarte nachtschade anderhalve meter werd.
Het was die zomer dat ik andere distels ontdekte zoals de Mariadistel.
Het was die zomer dat hier hertshooi opschoot dat ook mans bloed heet.
Het was de zomer dat bomen stierven door te veel en door te weinig water.
Het was de zomer dat te veel mensen stierven, vrienden, kennissen en onbekenden.
Het was de zomer dat hier voor het eerst een stokroos groeide en bloeide en groeide.
Het was de zomer die snel herfst wou zijn door de droogte die te lang duurde.
Het was de zomer dat de herfst in de nazomer begon met zware regen en harde wind.
Het was de zomer die een rijke oogst gaf van appelen en peren.
Het was die zomer dat ik dacht dat ik over een kip moest schrijven.
Het was die zomer dat ik besloot over een kip te schrijven.
De kip ging dood nog voor de zomer begon.
Het was de zomer dat de herfst kwam en de zomer bleef. Voor altijd.
Het was die herfst die een eind maakte aan die zomer.
Die zomer was anders dan die herfst maar niet helemaal en niet direct.
Het was de herfst dat de bladeren lang groen aan de bomen bleven hangen.
Het was de herfst dat stokroos – één stokroos – bleef groeien en groeien.
Het was de herfst dat de zwarte nachtschade in de bak met de dode buxus bleef groeien.
Het was de herfst dat ik overal hout zocht
Ik zocht lindehout en kocht lindehout en kreeg een stuk kerspruim
Die herfst leerde ik dat kerspruim ook (Prunus cerasifera), kroos of myrobalaan heet
Ik kreeg berkenhout en dennenhout en begon een stuk pruimelaar te bewerken
De pruimelaar zou een hybride zijn van de kerspruim en de sleedoorn
Die herfst ging ik ook weer schilderen.
Dan kwam de winter
Het was de winter dat ik besloot archeoloog te worden.
Het was de winter dat de grond dichtvroor.
Het was de winter dat ik uitgeteld was met een rugprobleem.
en dat ik naar Betelgeuze had moeten kijken en naar de Gordel van Orion
Het was de winter dat er veel mussen langskwamen in de tuin.
Het was de winter dat ik geen vinken zag in de tuin en geen kepen
Dat ik oorlogen op televisie zag die al veel eerder begonnen.
Ik wou in winterslaap gaan om te kunnen verlangen naar het lente ontwaken.
Maar de lente kwam te vroeg.
Het was de winter dat bloembollen zich vroeg lieten zien.
De kerstboom was niet opgeruimd. Het was weer een illusie.
Waar? Hier. In mijn tuin.
Het was de winter dat mijn evenwicht even verdween.
Het kwam terug na een paar weken.
Zo ging ik van de ene poel naar de volgende klif langs de tijd
Van seconden naar minuten naar uren naar dagen, weken, maanden, seizoenen
De lente moest nog komen.
De lente dat ik alles zou kunnen begrijpen.
Dat alles weer zou herbeginnen.
Niet de mensen die er niet meer waren.
Afbreken
Ik heb de poort opengezet, de stier uit de wei gejaagd en alle beesten vrijgelaten. Het is paddenstoelenseizoen, vader.
Ik kan u niets meer geven en ook niets meer beloven want u kunt niet eens geloven dat ik hier was. Hebben wij elkaar gemist?
Mist hangt over al uw gedachten. Niet die binnen een uur, een dag, een week, een jaar. Waar is morgen?
Wij gebruiken opgebruikte woorden. Wij spreken over straten waar nooit huizen stonden. Uw kompas zoekt nieuwe windstreken. Woorden schommelen met te veel letters. Een nieuwe bril is niet meer nodig.
Dag vader.
“Ik heb al heel lang diezelfde droom. Het is eigenlijk geen droom want het komt binnen voor ik inslaap. Het is een gedachte op het moment dat ik mijn hoofd in het kussen druk, mijn ogen sluit en zoek naar een onderwerp dat de slaap inzet. Dan komt het. Ik graaf een put ergens in de tuin. Dat is nu een andere tuin dan vroeger. Ik kruip in die put om te verdwijnen. Wat er dan gebeurt, is niet duidelijk. Wordt die put dichtgegooid, met mij er nog in? Ik weet het niet want ik ben dan in slaap gevallen. Ik denk dat ik aan iets wil ontsnappen, bolhoed, maar ik weet niet waaraan. Ik zal ook wel niet de enige zij
“De kauw is trouw,” zegt mijn vrouw. Ze leest dat in de krant.
Zegt ze dat omdat er veel kauwen zitten in onze buurt?
